Proef- en vormingscentrum
voor de landbouw

Pagina afdrukken

Zeugenstapel

De zeugenstapel bestaat uit 85 zeugen die ingedeeld zijn in 7 groepen. We streven ernaar om in iedere groep regelmatig nieuwe gelten in te brengen zodat we een goede verhouding blijven behouden tussen jonge en oude zeugen. We werken met Topigs-20 zeugen omdat deze goede moedereigenschappen bezitten en ook voldoende biggen geven per worp. Dit is belangrijk in verband met de proeven die we met deze biggen willen opzetten. Voor de vermeerdering gebruiken we steeds het sperma van eenzelfde PiƩtrain beer zodat we zo weinig mogelijk verschil hebben in de genetica van de biggen. Dit wijzigt enkel als proeven dit vragen. Het sperma wordt steeds aangekocht.

 

Dekafdeling

We hebben 2 maal 15 boxen waarin we de pas gespeende zeugen en terugkomers tot en met 4 weken na dekking (scannen) huisvesten. Boven de kop van de zeugen zijn er lampen geplaatst zodat de zeugen voldoende licht hebben 16 uur per dag. Deze lampen blijven tot 10 dagen na het spenen branden. Ook is er aan de achterkant van de boxen een draad gespannen waaraan de zeugenkaarten worden opgehangen. De vloer onder de zeugen is aan de achterkant een betonnen rooster en vooraan een dichte betonnen vloer. Voor de boxen is er een voergang voorzien die waarlangs de zeugen iedere morgen gevoederd worden maar ook waar de beer kan voor de zeug kan gaan staan. Hier is er per 4 zeugen een poort voorzien zodat de beer voor de zeugen blijft staan zodat deze contact kunnen maken met de beer.

Drachtafdeling

De zeugen worden gehuisvest in twee groepen. Een eerste groep in een standaard groepshuisvesting met rooster en betonvloer. Een tweede groep op stro. Dit stelt ons in staat om de zeugen uit verschillende types van groepshuisvesting met elkaar te vergelijken. De zeugen worden gehouden in een 3-wekensysteem om de werkverdeling zo gelijkmatig mogelijk te houden.

Kraamafdeling

In de kraamstal worden steevast 12 zeugen met hun nesten in een proef opgenomen. De proeven vinden plaats op zowel zeug- als bigniveau. De zeugen worden individueel gevoederd zodat er specifieke toevoegingen kunnen gebeuren. Naast voeder kunnen er ook steeds andere specifieke behandelingen aan de zeugen worden gegeven.
De biggen kunnen, afhankelijk van de vraag van de klant, gewogen worden bij geboorte of bij start van de proef. Bij spenen volgt steeds een nieuwe weging. De tomen kunnen, op vraag van de klant, ingedeeld worden in verschillende groepen die elk een verschillende behandeling krijgen. Er is de mogelijkheid om de biggen per toom bij te voederen met melk, pap, meel, kruimel, etc. Ook meerdere bijvoederingen zijn mogelijk. Indien dergelijke behandelingen worden uitgevoerd wordt het bijvoeder meerdere malen per dag ververst en genoteerd zodat over de gehele periode de voederopname kan worden bepaald.
Naast bijvoedering is ook de mogelijkheid om specifieke behandelingen zoals vaccinaties etc. aan de biggen te geven. Ook kunnen specifieke gegevens zoals gedrag, gezondheidsmonitoring etc. worden bepaald.