Proef- en vormingscentrum
voor de landbouw

Pagina afdrukken

Overtallige biggen

Project overtallige biggen

De toenemende worpgrootte in de varkenshouderij heeft de reproductieresultaten de voorbije decennia sterk opgedreven.De toenemende worpgrootte heeft echter een afname in geboorte gewicht veroorzaakt. Het worpgetal is bovendien zo sterk toegenomen dat er geregeld meer biggen worden geboren dan dat een zeug spenen heeft.Het aantal biggen dat een zeug meer heeft dan dat ze spenen heeft om haar biggen te voeden noemen we het aantal overtallige biggen. Overtallige biggen hebben slechts beperkte toegang tot melk waardoor ze slecht zullen groeien en de kans op sterfte toeneemt.

 
Er zijn verschillende strategieën om het aantal overtallige biggen aan te pakken. De varkenshouder kan biggen verleggen om een betere spreiding te krijgen. Daarnaast zijn er andere mogelijkheden als het aanleggen van een pleegzeug, alternerend zogen, bijvoederen, voorspenen, couveuses, rescue decks, melkcups, … Bij alle systemen is het de doelstelling om alle biggen zo sterk mogelijk te kunnen spenen.Belangrijk hierin is dat de biggen uniform zijn. Grote verscheidenheid in gewichten zorgt immers dat de grote biggen de kleinere domineren. De sterkere biggen zullen ook de voorste spenen kunnen toe-eigenen. Omdat deze melkcompartimenten vaak meer melk bevatten dan de achterste zullen deze biggen nog bijkomend versterken ten nadele van de andere biggen. Uit de enquête blijkt dat verschillende varkenshouders moeilijkheden ervaren om hun biggen op te fokken tot speenleeftijd. Zeker de kleinere biggen zorgen vaak voor moeilijkheden.


De meeste varkenshouders zijn tevreden over hun huidige aanpak van biggenopfok. Algemeen is er de overeenkomst dat de hoogproductieve zeugen meer zorg vereisen en dat ook hun biggen meer zorg hebben. Daardoor is het vaak zoeken naar een goed systeem op het eigen bedrijf om tot een ideaal systeem te komen. Dit systeem is afhankelijk van de wensen van de individuele varkenshouder en hierbij wordt voornamelijk rekening gehouden met diervriendelijkheid, hygiëne, groei, arbeid en gemak.

 
In dit onderzoek werd toegespitst op methoden van bijvoedering. 4 Verschillende bijvoeders werden uitgetest. Uit de resultaten bleken er verschillen in bacteriesamenstelling in de meststalen van de biggen. Er bleken daarnaast ook verschillen in groeisnelheid van de dieren tot aan het spenen. Het grootste voordeel van bijvoeder is de snellere opstart in de afmestfase aangezien de varkens het reeds gewoon zijn om korrels en meel op te nemen.

 
Voor meer gedetailleerde informatie kan u contact opnemen met Sander Palmans via
sander.palmans@pvl-bocholt.be of 0472 46 64 88.